slideshow_10.jpg

SUIKERZIEKTE BIJ DE KAT

Wat is suikerziekte?
Suikerziekte, ook wel diabetes mellitus genoemd, is een ziekte waarbij er een tekort aan insuline is waardoor er teveel suiker in het bloed ontstaat. Insuline is een hormoon dat in de alvleesklier van de kat wordt aangemaakt door de bèta cellen. Als er suiker vanuit de darmen van de kat wordt opgenomen na het nuttigen van een maaltijd, gaat de alvleesklier als reactie hierop insuline afgeven aan het bloed. Hierdoor kan de suiker vanuit het bloed de naar de lichaamscellen, bijvoorbeeld de hersencellen, worden getransporteerd. Wanneer er een tekort is aan insuline, blijft de suiker dus in het bloed aanwezig, met alle gevolgen van dien.

Het voorkomen van suikerziekte wordt geschat op 1: 100 en 1:400 katten. Het komt bij katers ongeveer 1.5 keer vaker voor dan bij poezen.  Genetische factoren spelen een rol bij het ontwikkelen van suikerziekte.

Er bestaan meerdere vormen van suikerziekte. Wanneer suikerziekte in een vroeg stadium wordt vastgesteld, kan de ziekte zich soms weer herstellen, hierin zijn katten vrij unieke dieren.
* Er bestaat een type 1 suikerziekte, waarbij er echt een absoluut tekort is aan insuline, doordat de cellen in de alvleesklier, die normaal gesproken de insuline aanmaken, kapot zijn. Deze vorm kan met hoge uitzondering weleens worden gezien bij kittens.
* Tevens bestaat er een type 2 suikerziekte, bij deze vorm kan de insuline minder goed aanhechten aan de wand van de cellen, hierdoor wordt er meer insuline door de alvleesklier afgegeven. Uiteindelijk raken de alvleescellen uitgeput, gaan kapot en maken uiteindelijk in het geheel geen insuline meer aan. Overgewicht en lichamelijke inactiviteit spelen bij deze vorm van suikerziekte een belangrijke rol. Deze vorm van suikerziekte wordt het meeste gezien bij katten, en dan met name bij katten van middelbare en oudere leeftijd.
* Tenslotte is er nog een 3e type suikerziekte. Deze wordt veroorzaakt door andere aandoeningen of medicijnen. Hierbij kan gedacht worden aan het langdurig toedienen van progestagenen, in de vorm van de poezenpil en het geven van corticosteroïden, zoals langdurig prednison. Leververvetting kan ook aanleiding geven tot het ontstaan van suikerziekte. Al deze aandoeningen zorgen ervoor dat insuline minder goed kan aanhechten aan de cellen, waardoor suiker minder goed de cellen in kan gaan. In het bloed wordt daardoor een hoog suiker gemeten, terwijl er in de cellen zelf een tekort is aan suiker, waardoor de cel niet goed zijn lichaamsfunctie kan uitoefenen.

Wat gebeurt er precies in het lichaam van de kat met suikerziekte?
Door het tekort aan insuline worden er allerlei energiepaden in het lichaam geactiveerd. De concentratie suiker (ook wel glucose), vrije vetzuren en ketonlichamen nemen sterk toe in het bloed. Er is buiten de cellen, dus in het bloed een hoog suiker (ook wel hyperglycemie genoemd), terwijl er in de cellen een tekort is aan suiker. De nieren zijn in staat om suiker uit de gevormde urine op te nemen en weer terug te vervoeren naar het lichaam. Indien het suiker in het bloed een bepaalde waarde overschrijdt, te weten bij 14 mM, dan zal er ook suiker in de urine aanwezig zijn, omdat de nieren dan niet meer in staat zijn om de hoge concentratie suiker terug te transporteren het lichaam in. Normaal gesproken mag er geen suiker in de urine voorkomen, dus wanneer de dierenarts aan de hand van het urineonderzoek suiker aantreft in de urine. Dan kan dit een aanwijzing zijn voor suikerziekte. Urineonderzoek is een heel basaal en niet kostbaar onderzoek en kan dus al een eerste aanwijzing betekenen in de richting van suikerziekte. Door het verlies van suiker met de urine, zal de kat meer gaan plassen en dan met name grote plassen doen. Door het vele plassen kunnen er belangrijke mineralen verloren gaan, zoals natrium, kalium en fosfaat. Hierdoor kan een kat met suikerziekte zelfs in coma raken, spierzwakte krijgen, en kunnen de darmen stil gaan liggen. Als de suikerziekte langdurig aanwezig is, kunnen bepaalde eiwitspiegels in het bloed veranderen en daardoor kan er staar ontstaan in de ogen, nierschade optreden en zenuwschade in de lichaamsuiteinden, zoals de onderpoten.

Wat zijn de belangrijkste symptomen van suikerziekte bij de kat?
    - Vermageren ondanks goede eetlust.
    - Veel drinken en veel plassen.
    - In de urine wordt suiker aangetroffen.
    - In het bloed wordt een  hoog suikergehalte aangetroffen.
    - Later eventueel een slechtere eetlust.
    - Braken.
    - Staar in de lenzen van de ogen.
    - Afwijkende kangaroe achtige gang.

Hoe kan suikerziekte het beste worden aangetoond bij de kat?
Aan de hand van het gesprek wat een dierenarts met een eigenaar heeft en het lichamelijk onderzoek van de kat, heeft de dierenarts al een aanwijzing dat de kat mogelijk suikerziekte heeft. Andere ziekten, zoals bijvoorbeeld een nierprobleem, kunnen ook veel drinken en plassen geven. Daarom is het noodzakelijk om aanvullend bloedonderzoek te doen, om te kijken welke aandoening er precies speelt. Alvorens het bloedonderzoek gedaan wordt, kan ook eerst in de urine worden gekeken of er suiker inzit. Als in het bloed, de suiker behoorlijk verhoogd is, kan nog een aanvullende bepaling gedaan worden. Dit is het eiwit fructosamine. Indien deze ook verhoogd is, is de diagnose suikerziekte bevestigd.

Hoe kan suikerziekte bij de kat het beste worden behandeld?
Wanneer de diagnose is gesteld kan de suikerpatiënt worden behandeld met injecties insuline onder de huid. De dierenarts kan dit de eigenaar leren. De behandeling dient zo snel mogelijk te starten, zodat er nog zoveel mogelijk cellen die normaal gesproken insuline maken, gered kunnen worden. Deze cellen kunnen 1-3 maanden na het starten van de therapie met insuline injecties weer hersteld zijn, zodat de patiënt met suikerziekte geneest.
Het medicijn dat het meeste in Nederland wordt toegepast voor de behandeling van suikerziekte, heet Caninsuline. Caninsuline werkt bij de gemiddelde kat niet langer dan 12 uur. Om deze reden moeten katten 2 keer per dag insuline krijgen, op vaste tijdstippen. Na het starten van de behandeling zal er regelmatig bloedonderzoek moeten worden herhaald, om te kijken of de kat voldoende insuline krijgt. Er dient dan een klein beetje bloed te worden afgenomen, 4 uur na het geven van de insuline. Aanvankelijk dienen de controles 2-3 keer per week te gebeuren. Als de kat goed gereguleerd is, dus bij bloed afname de hoeveelheid suiker in het bloed, de juiste waarde heeft, dan hoeft er minder vaak bloed te worden gecontroleerd
(bijvoorbeeld 1 keer per 3-4 weken). De bloedcontrole is tevens afhankelijk van hoe de kat zich voelt en of zijn ziekte stabiliseert.


Wat kan ik mijn kat het beste te eten geven bij suikerziekte?
Katten zijn op zich hele kieskeurige eters. Is dit bij uw kat het geval, houd hem/haar dan op zijn huidige voer. Wanneer de kat gewend is om gedurende de dag, meerdere keren kleine hapjes te nemen, dan kunt u dit zo laten. Ad lib voerverstrekking wordt dit ook wel genoemd. Wij geven onze suikerpatiënten het liefste Diabetic van Royal Canin. De resultaten zijn bijzonder goed met deze voeding. Een heel belangrijk aspect van voeding die aan suikerpatiënten gegeven wordt, is dat het vezelrijk moet zijn. Dit zorgt ervoor dat er minder schommelingen ontstaan in de suikerspiegel. Het is bij dikke katten heel belangrijk dat op hetzelfde moment aan het gewicht gewerkt wordt: afvallen dus.

Als uw kat te dik van wordt van ad lib voerverstrekking, is het beter om het voer over 4 gelijke porties te verdelen. Het beste is dan te voeden net een half uur vóór de insuline gift en 4.5 uur later. Bij mensen die overdag werken kan een etensbakje met een tijdklok helpen.

Het is van belang dat de kat eerst iets eet alvorens de insuline gegeven wordt. Als de kat namelijk niet eet en wel insuline krijgt, dan zal het nog aanwezige suiker in het bloed de lichaamscellen ingaan en zal er een zogeheten hypo kunnen ontstaan. ‘Hypo’ staat voor hypoglycemie (hypo = laag, glycemie = suiker in het bloed). Meestal treedt een hypo 2-4 uur na de insulinegift op. De kat zal hongerig worden, gaan rillen, eventueel zenuwverschijnselen krijgen, wankel gaan lopen bijvoorbeeld,  gedesoriënteerd raken, trillingen krijgen en eventueel zelfs in coma kunnen raken. In het geval van bovenbeschreven symptomen dient er 1 gram/kg kat aan dextroseoplossing (druivensuiker) in de wang gespoten te worden. Bij een kat van 4 kg, geeft u dus 4 gram druivensuiker, opgelost in water. Nadat druivensuiker is gegeven, dient met intervallen van 1-2 uur voedsel te worden aangeboden. Een eigenaar die een diertje behandelt met insuline in verband met suikerziekte, moet altijd druivensuiker in huis hebben.

Bij dikke katten is bovendien aan te bevelen om de kat geleidelijk te laten afvallen en meer beweging te geven. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door meerdere keren per dag met uw kat te spelen, bijvoorbeeld met een rood laserlampje waar de kat dan achter aan zal gaan rennen. Meestal althans :)!! Verder zijn er bepaalde speeltjes, waarbij katten moeten werken voor hun eten: een bal met brokjes erin die eruit vallen tijdens spel bijvoorbeeld.  Beweging is een essentieel onderdeel van afvallen.

Wat is de levensverwachting van een kat met suikerziekte?
De prognose is meestal afhankelijk van de inzet en begrip van zowel de dierenarts als de eigenaar. Indien de kat eenmaal goed gereguleerd is op de insuline, dan is zijn situatie vaak stabiel. De verwachte levensduur is vergelijkbaar met die van een normale kat. In sommige gevallen, gelukkig zeer incidenteel, treedt een langzame totale disfunctie van de alvleesklier op, waarbij ook ontlastingproblemen gaan ontstaan (verteringsenzymen komen niet meer uit de alvleesklier vrij). Ook dit is met toevoeging van alvleesklierenzymen aan de voeding vaak nog wel te behandelen, maar de prognose en stabiliteit van de patiënt worden wel duidelijk minder goed. Wanneer dit laatste niet optreedt en de kat is goed te reguleren, dan zien we zelfs regelmatig dat de suikerziekte zich weer helemaal herstelt (zie eerder).

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl