slideshow_05.jpg

FIP

 

 

Feline Infectieuze Peritonitis (FIP)

FIP wordt veroorzaakt door een gemuteerd coronavirus. Het oorspronkelijke coronavirus leeft vrij onschuldig bij vrijwel elke kat in de darmen. Door allerlei oorzaken kan dit veel voorkomende coronavirus muteren in de levensbedreigende FIP variant.

Coronavirus kan makkelijk overgebracht worden van kat op kat, dus is als zodanig zeer besmettelijk. Hierbij moet vooral aan gezamenlijke kattenbakken gedacht worden. De pathogene FIP variant echter wordt heel slecht tot niet opgenomen door soortgenoten en is als zodanig dus veel minder besmettelijk dan er heel lang gedacht is. Iedere kat die het coronavirus bij zich draagt is op zichzelf dus een potentiële FIP kandidaat en daarbij moet niet aan overdracht door een soortgenoot gedacht worden. Er is inmiddels bekend dat de individuele dieren de ziekte FIP ontwikkelen vanwege het eigen immuunsysteem dat op een bepaalde manier reageert op de gemuteerde coronavariant.

In catteries of groepen katten kan het soms lijken alsof FIP als ziekte besmettelijk is. Dit moet echter anders gezien worden. Het zijn gemeenschappelijke factoren (genetisch materiaal, stress, hoge infectiedruk van coronavirus) die op een gegeven moment verantwoordelijk zijn voor meerdere FIP-gevallen in één groep. Het is in ieder geval aangetoond dat er een duidelijke genetische component meespeelt, waarbij met name gedacht moet worden aan de manier waarop een dier reageert op een muterend coronavirus. Stress is ook een hele belangrijke factor als het gaat om een trigger tot mutatie van een aanwezig corona virus, met name vanwege onderdrukking van de afweer door stress.

Het is bijzonder frusterend dat de diagnostiek van FIP vaak nog steeds een groot probleem blijkt. Met name de droge vorm van FIP is lastig hard te maken. Er wordt al heel lang gewerkt aan een PCR-test (met Herman Egberink als stuwende kracht) die een absolute diagnose mogelijk gaat maken. Op korte termijn (binnen 5 jaar) wordt een definitieve doorbraak verwacht, hetgeen ons nu natuurlijk niet verder helpt in de praktijk.

FIP is nog steeds vaak een diagnose per exclusionem. Dat wil zeggen: je sluit eerst een heleboel mogelijkheden uit en dan blijft FIP over. Echter er zijn omstandigheden dat de diagnose wel degelijk sluitend te krijgen is. Hierbij moet je naar verschillende dingen kijken en je realiseren dat je een droge, een natte en een combinatie vorm van een FIP manifestatie kunt hebben.
De droge vorm is lastig met 100% zekerheid vast te stellen. We kijken in ieder geval naar het bloedbeeld. In het bloed zit een totale eiwit fractie, die je in een spectrum van globulines en albumine uiteen laat vallen. Wanneer de gamma globuline fractie verhoogd is, samen met een verlaging van het albumine (wat essentieel is, is een verlaging van de albumine/globuline ratio; normale ratio tussen 0.4-1.3) heb je een eerste aanwijzing. Vaak zien we daarbij ook nog een verlaging van andere fracties in het bloed, maar dat is lang niet altijd zo. Eigenlijk zien we vrijwel altijd een verhoging van de gammafractie bij een dier dat FIP heeft. Echter we zien ook gammastijgingen bij andere ziektes, dus het is absoluut niet een pathognomonisch (uniek voor een bepaalde ziekte) gegeven. Het klinisch beeld van de patiënt is natuurlijk ook heel belangrijk in de diagnostiek. Je ziet vrijwel altijd koortspieken (bij FIP vaak heel hoog: tot ruim 41.0 graden Celcius), ze vermageren meestal, worden sloom, de urine lijkt kanariegeel en heel vaak wordt ook obstipatie waargenomen. Het is duidelijk dat ook dit allemaal niet specifiek voor FIP is.
De natte vorm is meestal wel duidelijk vast te stellen. Het specifieke gele dradentrekkende vocht dat uit lichaamsholtes (borst- en/of buikholte) gehaald kan worden middels een punctie, is zeer specifiek voor natte FIP en als zodanig pathognomonisch voor deze ziekte (dit vocht kun je weer aan allerlei onderzoeken onderwerpen zoals eiwitgehalte en Rialta test; beide goed uit te voeren testen in de praktijk).

Er wordt nog steeds heel veel gesproken over ‘FIP-titers’ in het bloed en jammergenoeg wordt deze term in den lande nog vaak gebruikt, misbruikt en niet goed begrepen, hetgeen ook heden ten dage nog steeds katten het leven kost omdat onterecht de diagnose FIP gesteld wordt op basis van een hoge ‘FIP-titer’. We hebben het hier echter over antilichaam titers tegen het coronavirus. Vroeger was een hoge titer bepalend voor een beslissing over leven of dood. Gelukkig weten de meesten (we streven natuurlijk naar iedereen) inmiddels wel dat het uitsluitend iets zegt over de aanwezigheid van coronavirus en we weten inmiddels ook dat heel veel katten het coronavirus bij zich dragen. Als een kat bijvoorbeeld een periode van diarree doormaakt kan het zijn dat we op datzelfde moment bij die kat een hoge coronavirus titer meten, echter: dat zegt niets over de ontwikkeling van FIP. Het is om deze reden dat het bepalen van een titer meestal niet zinvol is en alleen maar uiterst verwarrend kan zijn. Een hoge titer zaait nog steeds heel veel paniek, terwijl het vaak zo weinig zegt; het zegt in ieder geval niet iets definitiefs over de FIP-status van een dier. Er zijn redenen te bedenken dat een titerbepaling wel een hulpmiddel is, bijvoorbeeld in de begeleiding van een cattery waar een FIP-sterfgeval heeft plaatsgehad of bij plaatsing van een kitten in een nieuwe groep dieren. Het voert echter te ver om daar in dit stukje extensief op in te gaan. Mocht u nog vragen hebben over dit onderwerp, dan kunt u zich uiteraard altijd tot ons wenden.

Er bestaat een vaccinatie tegen FIP, die echter absoluut niet standaard aan te raden is, zeker niet nu er nog heel veel discussie onder wetenschappers bestaat over de zinvolheid en zelfs veiligheid van dit vaccin onder bepaalde omstandigheden.

Ik hoop dat een en ander enige duidelijkheid bij u schept over dit ondoorzichtige onderwerp. Hebt u nog vragen, schroom niet om onze kliniek te bellen.

 

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl