slideshow_05.jpg

Enten

Wanneer enten en waarom?


Over de entingen is natuurlijk al enkele jaren heel veel te doen. Voor het enten op maat verwijs u naar het betreffende subhoofdstuk. Ik wil het in dit stuk hebben over het tijdstip waarop het beste geënt kan worden bij een kitten. Je kunt geen eenduidig antwoord geven op de vraag of het verkeerd is om op 9 en 12 weken te enten en of een derde enting dan eventueel aan te raden is. Het is ook zeker niet juist om apert het enten vóór 11 weken af te wijzen. Geen enkele cattery is hetzelfde.

De discussie rond de eerste enten op 9, 10, 11 of 12 weken, heeft te maken met de antilichamen status van het lichaam van het kitten. De antilichamen die het kitten meekrijgt van mamma: de zogenaamde maternale antilichamen. Als je te vroeg ent, zou het kitten in de aanval kunnen gaan tegen het entvirus met de maternale antilichamen en zou een te vroege enting derhalve niets aan immuunstatus opleveren.

Lang niet ieder kitten heeft echter dezelfde maternale antilichamen hoeveelheid in het bloed, er is zelfs verschil per kitten uit één nest aangetoond. Wanneer je pas op 11-12 weken ent, kan er een situatie ontstaan dat je kittens krijgt die in een tijdelijk gat vallen tussen genoeg maternale immuniteit en geen immuniteit tot er geënt wordt. Het wordt nog steeds als veilig en juist gezien om op 9 en 12 weken te enten. Maar je moet alert blijven; iedere individuele cattery is anders en een standaard entschema is goed, maar staat in principe bij elke cattery of andere grote groep dieren met een hoge infectiedruk (veel dieren bij elkaar) ter discussie. De discussie is nog lang niet afgesloten en zal dat ook nog lang niet zijn. Vooralsnog is 9 en 12 weken goed en enten we op maat: elke 3 jaar kattenziekte, jaarlijks niesziekte. We houden de nieuwste ontwikkelingen steeds bij, zodat we elk moment in kunnen springen op veranderingen of ontdekkingen op dit gebied.

Probleemgroepen hebben soms een eigen aanpak nodig, ook dat is ‘enten op maat’. Dan kan het zomaar nodig zijn om ook op 16 weken te enten of bijvoorbeeld eerder dan 9 weken: op 6 weken al. Een en ander kan begeleid worden door antilichamen titers bij kittens te bepalen vanaf enkele weken leeftijd, om op die wijze problemen gefundeerd op te kunnen lossen. Iedereen kan zich wel voorstellen dat dit geen praktische situatie is voor alle katten die voor een enting komen. Bij probleemcatteries kan het ook van belang zijn om op 4 weken leeftijd de kittens al te enten tegen bordetella.

Samengevat
Het afwijzen van enten op 9 en 12 weken leeftijd, en het uitsluitend willen enten vanaf 11-12 weken kan nooit als zodanig stellig verdedigd worden. Er zijn teveel individuele verschillen in de hoeveelheid maternale immuniteit per individueel kitten. We moeten steeds de individuele cattery c.q. groep in de gaten houden. Enten op maat houdt in dat je niet star en rigide handelt, maar flexibel en met kennis van de materie. Er is niet één antwoord te geven over het juiste tijdstip van kittenentingen.

 

---------------------------------------------------------------------------------------

ENTEN OP MAAT


Niesziekte; een complexe ziekte
Iedere katteneigenaar heeft wel eens van niesziekte gehoord, en bijna iedereen weet dat de kat bij de jaarlijkse enting daartegen gevaccineerd wordt. Maar wat is niesziekte nou precies?

Niesziekte is een complexe ziekte die veroorzaakt kan worden door meerdere soorten virussen en bacteriën. De belangrijkste daarvan zijn: het feliene rhinotracheïtis herpesvirus (FHV) en het feliene calicivirus (FCV).  Er zijn nog meer virussen en ook bacteriën die bij kunnen dragen, maar deze twee virussen zijn wel de belangrijkste veroorzakers van ernstige ziekteverschijnselen. Daarnaast kunnen Chlamydia en Bordetella bijdragen aan de complexe ziekte.

De symptomen van niesziekte variëren afhankelijk van het virus en/of virussen en bacteriën die de ziekte veroorzaken. We zien neus- en oogontstekingen, ontstekingen in de mondholte, koorts, verminderde eetlust en soms longontsteking. Het calicivirus kan daarnaast ook nog blaasjes in de mondholte veroorzaken en ontstekingen in de gewrichten die gepaard gaan met ernstige pijn en kreupelheid.

Hieronder wordt een schema weergegeven met de belangrijkste respiratoire symptomen:

 

Symptoom

Herpesvirus

Calicivirus

Chlamydia

Bordetella

Sloom

+++

+

+

+

Niezen

+++

+

+

++

Conjunctivitis

++

++

+++

-

Speekselen

++

+

-

-

Ooguitvloeiing

+++

++

+++

(+)

Neusuitvloeiing

+++

++

+

++

Ulcera mond

+

+++

-

-

Hoesten

(+)

+

+/-

+

Kreupelheid

-

++

-

-

Pneumonie

-

++

-

-


Enten op maat wil zeggen dat je niet teveel en te vaak ent en dat je een weldoordachte keuze maakt met betrekking tot de entstof. Enige tijd geleden heeft een groep deskundigen, onder leiding van de bekende viroloog Dr. H.F. Egberink adviezen gegeven over de beste entschema’s. Uit uitgebreid onderzoek blijkt dat niesziekte 1x per jaar gegeven moet blijven worden om de beste bescherming te bieden voor uw dier.

Kattenziekte
Kattenziekte is een andere ziekte waar we tegen enten, dit is het feliene panleucopenie virus. Hier werd ook jaarlijks tegen geënt. Nu blijkt echter dat de bescherming tegen kattenziekte veel langer aanhoudt: namelijk wel 3 jaar! Er zijn single entstoffen op de markt gekomen waardoor we nu kunnen enten op maat. Dat wil zeggen: niet meer elk jaar alles.

De enting op maat bij de kat wordt nu als volgt geadviseerd:
- Kitten vanaf 8 weken (wij enten meestal op 9 weken; zie hiervoor onder Katten, Waartegen enten? Algemeen): FHV en FCV (niesziekte) en panleucopenie virus (kattenziekte).
- Kitten 3 - 4 weken later deze zelfde enting herhalen (op 12 weken).
- 1 jaar later nogmaals deze enting herhalen.
- Dan elk jaar niesziekte, en elke 3 jaar kattenziekte.

De kattenvaccins die wij gebruiken bevatten geen adjuvans. Een adjuvans is een soort dragerstof. Deze stoffen kunnen bij katten problemen veroorzaken op de injectieplaats, waaruit soms zelfs tumoren (injection site sarcoma) kunnen ontstaan. Wij houden hier uiteraard terdege rekening mee en kiezen veilige entstoffen.

Sommige eigenaren vinden het ‘enten op maat’ zoals dat momenteel op Europees niveau geadviseerd wordt nog steeds te veel en te vaak. Momenteel wordt er veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van ‘enten op maat’ aan de hand van titerbepalingen. Zolang de onderzoeken lopen en er geen eenduidige adviezen door Europese deskundigen gegeven worden, hanteren wij nog onze ‘enten op maat’ filosofie zoals hierboven weergegeven. Echter wij kunnen, wanneer mensen dit willen, jaarlijks titerbepalingen uitvoeren bij hun kat. Dat wil zeggen: wij nemen bloed af en sturen dit naar een laboratorium dat titerbepalingen van belangrijke virussen uitvoert, zoals calici en herpes. Wanneer de titers nog hoog genoeg zijn, hoeft er niet geënt te worden op dat moment. Een van de nadelen van deze methode is het kostenaspect. Een ander nadeel is het stressmoment voor uw dier wanneer er bloed afgenomen moet worden. Er wordt hard aan deze wijze van entbeleid gewerkt op internationaal niveau, ook wordt de betrouwbaarheid van een sneltest op dit moment getest. ‘Enten op maat’ blijft een gebied in ontwikkeling en wij volgen die ontwikkelingen uiteraard op de voet voor u.

In sommige gevallen, bijvoorbeeld in asiels en catteries, in groepen dus waar de infectiedruk hoog is door grotere aantallen bij elkaar, kunnen er ook problemen optreden door andere oorzaken. De meest voorkomende zijn dan:

* oogproblemen door Chlamydophila felis (voorheen heette dat Chlamydia). Deze aandoening is niet heel ernstig en komt gemiddeld bij vijf procent van de Nederlandse katten voor. Het is dan ook niet nodig hier standaard tegen te enten;
* Bordetella bronchiseptica is een bacterie die luchtwegproblemen veroorzaakt bij verschillende diersoorten. U kent het waarschijnlijk voornamelijk als kennelhoest bij de hond, maar het kan dus ook problemen bij katten veroorzaken. Soms geeft het oogproblemen en soms luchtwegproblemen. Bij katten in catteries is het bij vier procent van de katten aangetoond, dus bij de gemiddelde Nederlandse kat zal het nog minder vaak voorkomen. Bovendien is met algemene hygiëne maatregelen infectie onderling te voorkomen. Een hond met kennelhoest kan overigens wel een kat besmetten! En katten kunnen op hun beurt honden besmetten! Ook mensen kunnen last hebben van de bordetella bacterie. Meestal zijn de problemen niet heel ernstig en is het makkelijk te behandelen. We enten hier dus ook niet standaard tegen. Enting tegen de Bordetella Bronchiseptica bacterie met Nobivac Bb van Intervet is echter wel mogelijk en soms zelfs wenselijk wanneer een hoge infectiedruk in een groep steeds voor problemen blijft zorgen, ondanks goede entstatus van de groep. Er mag al vanaf 4 weken tegen Bordetella Bronchiseptica geënt worden, het betreft een neusenting. Bij elke beslissing is het dus essentieel steeds de gehele groep in ogenschouw te nemen en op maat te beslissen.

Indien een kat naar het buitenland gaat dan moeten er geënt worden tegen rabiës. Voor verdere informatie hierover verwijs ik u naar het stukje over buitenland. Deze enting hoeft maar 1 keer per 3 jaar gegeven te worden.

Verder kunnen katten ook nog tegen FIP (feliene infectieuze peritonitis, veroorzaakt door feliene coronavirus) geënt worden.  Deze enting wordt gegeven vanaf 16 weken. In de meeste gevallen komt de kat echter al eerder met het coronavirus in aanraking, aangezien het een virus is dat vrij wijd verbreid in de wereld kattenpopulatie voorkomt. De zinvolheid van deze enting valt dus te betwijfelen, we doen dit dus niet standaard. Voor verdere informatie over FIP verwijs ik u naar de uitgebreide informatie hierover op deze website.

Ook tegen het feliene leukemie virus is er een enting. De effectiviteit hiervan is niet 100% en gelukkig komt het virus niet heel veel in Nederland voor. Hier wordt dus ook niet standaard tegen geënt.

De Boog 74
1741 MT Schagen
T:  0224 - 218 997
E: info@dkzuiderkaag.nl